Niet meer met dat van een ander bezig zijn.

Om een leeg hoofd te kunnen hebben en te focussen op datgene waarmee je bezig bent, is het belangrijk om alles wat je moet doen in een extern systeem onder te brengen. 

Maar hoe zit dat met dat van een ander? Kan je op je collega’s rekenen? Werken ze tijdig af wat ze moeten doen, zodat jij verder kan met je werk? Of hou jij het voor hen in ’t oog, zodat je hen tijdig kan herinneren aan de deadline die nadert?

Mogelijk verschilt je manier van opvolgen naar gelang de persoon met wie je samenwerkt en
• zijn of haar manier van werken: Is je collega altijd op tijd, maar is het werk half afgewerkt? Of is je collega een perfectionist met uitstelgedrag?
• zijn of haar positie: Hoe volg je afspraken met een medewerker op? Hoe volg je afspraken met een leidinggevende op?

Je creëert een aangenaam werkklimaat als je vertrouwen kan geven. Om ervoor te zorgen dat je kàn vertrouwen en niet continu moet denken of de andere wel doet wat jullie hadden afgesproken, zijn twee zaken belangrijk. 

1. Duidelijke afspraken
2. Een systeem om op te volgen

1. Duidelijke afspraken
Vertrouwen kan als je gelooft dat de andere zijn/haar verantwoordelijkheid zal opnemen en de afspraken zal nakomen. Het helder formuleren van de verwachtingen is het startpunt van een gemakkelijke opvolging.
Wat verwacht je van je collega/medewerker/leidinggevende? Tegen wanneer?

2. Een systeem om op te volgen
Hou alle zaken waarop u wacht in een aparte lijst ‘Wachten op’ zodat deze items niet tussen je eigen acties staan.  Eén keer per dag bekijk je deze ‘Wachten op’-lijst en volg je die zaken op die om opvolging vragen.

Geduldige groetjes,
Joëlle

 

Advertenties

Vrije tijd plan je toch niet?

Tijd voor mezelf

Als ik mensen vraag waarom ze zichzelf beter willen organiseren en een beter actiemanagement willen, dan antwoorden ze vaak ‘tijd voor mezelf’.

Als ik dan samen met hen hun agenda overloop, zie ik vooral afspraken met anderen: vergaderingen, gesprekken, opleidingen én daarenboven: etentjes met familie en vrienden, de sportclub, kinderen wegbrengen naar de jeugdvereniging, zorg voor de ouders,…

De échte ‘tijd voor mezelf’ staat niet ingepland.

Het lijkt dan ook zo vreemd om ook dàt nog eens in te plannen in je agenda en er zo ‘formeel’ mee om te gaan… kan het dan niet spontaan?

Tijd voor mezelf = blanco’s inplannen

Als ik zelf last begin te krijgen van het ‘druk, druk, druk’-gevoel, omdat ik in mijn enthousiasme of betrokkenheid te veel ‘ja’ heb gezegd tegen projecten, vragen en uitnodigingen, dan ga ik blanco momenten in m’n agenda inplannen.

Welke avonden, welke weekends in de komende weken en maanden, plan ik blanco?

De blanco-momenten zijn momenten, waarop ik geen andere afspraken laat komen: op die avonden en weekends wil ik op het moment zelf kunnen zien waar ik zin in heb.

Sowieso probeer ik wekelijks minstens één blanco-avond voor mezelf in te plannen: een avond zonder werken, zonder vergaderingen, zonder afspraken met anderen, zonder plannen.

Zo vertelde een cursist dat hij, samen met zijn gezin, maandelijks een blanco weekend inplant: geen plannen voor het hele gezin… om dàn spontaan te kunnen ingaan op datgene waar je zin in hebt en wat zich aandient.

Hoe vaak wil jij blanco momenten inplannen?

Spontane groetjes,
Joëlle

 

Aandacht. Het fundament van emotionele intelligentie (Daniel Goleman)

Wat alle leerkrachten veruit op de eerste plaats aan hun leerlingen vragen is aandacht. De opmerkingen ‘let eens op’, ‘zit stil’, ‘kan het wat rustiger aan’, ‘ik wil dat iedereen zwijgt’… zijn allemaal vragen om aandacht.  En terecht, want iedereen beseft dat aandacht een absolute voorwaarde is om te leren en te begrijpen. Maar wat vraag je eigenlijk als je ‘aandacht’ vraagt?

Daniel Goleman schrijft in het eerste deel van zijn boek  over wat hij noemt ‘de anatomie van aandacht’. Hij gaat na wat er met je hersenen, je zintuigen en je emoties gebeurt als je ‘aandacht’ geeft. Hij benadrukt daarbij het belang van een goed evenwicht tussen enerzijds het leren ‘focussen’ en anderzijds het leren ‘loslaten’, want beiden zijn heel belangrijk.

Focussen

  • focusUit onderzoek blijkt dat wij bijna 50% van de tijd niet denken aan datgene waar we mee bezig zijn: gedachten dwalen heel snel af. Het is moeilijk om te leren focussen op waar men mee bezig is en om wat hij noemt de ‘dwalende geest’ of het ‘innerlijk geklets’ stil te leggen.
  • Focussen vraagt energie en wilskracht en gaat over de keuze om je op één ding te willen concentreren en de rest links te laten liggen. Dit wordt het best op jonge leeftijd aangeleerd omdat focussen de belangrijkste voedingsbodem is voor het groeien in zelfbeheersing, zelfstandigheid en zelfbewustzijn.
  • Uit een vrij groot onderzoek bij meer dan duizend kinderen in Nieuw-Zeeland (waarbij dan 20 jaar later terug werd bekeken hoe ze het in het leven hadden gemaakt) bleek dat de mate van zelfbeheersing de beste voorspellende indicator was voor een gezond en succesvol leven. Een kind de discipline bijbrengen om dagelijks gitaar te spelen of de hamster te verzorgen maar ook de lessen van impulsbeheersing van ‘Koekiemonster’ in ‘Sesamstraat’ vormen dus een niet te onderschatten leerschool!
  • Ook het leren focussen op je eigen ademhaling of lichaamshouding (via Mindfulness of yoga) kan de concentratie of aandacht op andere meer schoolse leermomenten stimuleren.

Loslatenloslaten

  • In het hoofdstuk ‘De waarde van een hoofd op drift’ benadrukt Goleman dan weer dat juist ook ‘dagdromen’ en je gedachten de vrije loop laten heel nuttig kan zijn voor creativiteit, rust en zelfreflectie.
  • De ‘creatieve geest’ werkt beter in de  vrije tijd (wandeling, bad, vakantie) dan na het dagelijks bombardement mails-facebookberichten-sms’jes…
  • Veel belangrijke ontdekkingen zijn ‘bij toeval’ gebeurd!

Evenwicht

  • De uitdagingen en verleidingen die een gefocuste aandacht bedreigen zijn talrijk (smartphone…). Dit is uitputtend en verbruikt veel energie. Het is dus belangrijk regelmatig momenten van rust en herstel in te bouwen, naast periodes van ‘geconcentreerde aandacht’.
  • Onderzoek wijst uit dat een sterke ‘focus’ (bijvoorbeeld een boek lezen)  je vrede en vreugde geeft. Heel belangrijk is ook dat je houdt van de dingen die je doet. Zo kan je in een positieve flow geraken.

Vervolg van deze boekrecensie:
Daniel Goleman over leerrendement (deel 2)
Daniel Goleman over de geconcentreerde leider (deel 3)

Rob Van den Berghe